Protestas_en_Managua,_Nicaragua_de_2018_(1)
Beelden van het protest in de Managua, hoofdstad van Nicaragua, in 2018.beeld:

Longread: Nicaragua en het socialisme van de 21e eeuw

Nicaragua kent een woelige geschiedenis, en ging recent door een periode van hevige straatprotesten. Jasper Rommel woont in hoofdstad Managua, waar hij sinds kort actief is voor FOS. Hij analyseert in eigen naam de politieke situatie en de functie van het middenveld in het Centraal-Amerikaanse land.

LocatieNicaragua
CategorieNieuwsOpinie
nicaragua
Locatie

Nicaragua

In de Centraal-Amerikaanse Republiek Nicaragua is de Sandinistische president Daniel Ortega aan de macht. En dat na decennia leven onder …

Lees verder

Brandende autobanden, barricades, straatprotesten, ontploffingen, bezette ronde punten en metalen constructies die naar beneden worden gehaald. Ik kreeg een warm onthaal in Managua toen ik vier weken terug naar Nicaragua verhuisde. De eerste dagen waren de winkels gesloten wegens plunderingen en toen die terug open gingen, hamsterden de Nicaraguanen alsof er een burgeroorlog zat aan te komen.

Ondertussen zijn er 76 doden gevallen bij de straatprotesten, naast honderden gewonden. Een analyse van de situatie zal je hier niet lezen, daarvoor verwijs ik naar het interview dat FOS afnam met leiders van twee partnerorganisaties die historisch gelinkt zijn aan de Sandinistische strijd. Wel wil ik naast een korte achtergrondschets een aantal vragen opwerpen over internationale (socialistische) solidariteit, de rol van het middenveld en het ‘socialisme van de 21ste eeuw’.

nicaragua-demonstratie-fsln-flickr-jorge-mejia-peralta
Een militant houdt tijdens een manifestatie een vlag vast van de Sandinistische partij FSLN.beeld:

Viva la Revolución

De Sandinistische revolutie in ’79 was niet alleen een baken van hoop in Nicaragua en Centraal-Amerika, maar werd ook op enthousiasme onthaald door de linkerzijde in Europa. Een volksbeweging die de door de VS gesteunde dictator Somoza aan de kant zet en vervolgens een sociaal beleid voert binnen een democratisch kader. Uiteraard wekte dit enthousiasme op binnen de wereldwijde socialistische beweging.

Iets minder enthousiast waren de Verenigde Staten en de rechterzijde op het continent. Het verhaal van de vuile Contra-oorlog, gesponsord door de CIA, is bekend. Reagan trok zich niets aan van het verbod van het Amerikaanse Congres om de Contra’s te financieren, trainen en bewapenen en zette het programma tegen de democratisch verkozen regering in Nicaragua in het geheim verder.

De strategie van de VS heeft zijn vruchten afgeworpen. In 1990 verliezen de Sandinisten de verkiezingen, nadat de Contra-oorlog het land economisch, politiek en op menselijk vlak had uitgeput. Cynici in Washington hebben er wellicht feestelijk op getoast, de circa 30 000 oorlogsdoden ten spijt.

Sandinisme 2.0?

Van 1990 tot 2006 zat het Sandinisch Front, het FSLN, in de oppositie. Hun strategie was om te ‘regeren van onderuit’. Samen met het middenveld probeerden ze zoveel mogelijk neoliberale maatregelen tegen te houden door mobilisatie, protesten, betogingen en stakingen.

In 2006 wint Ortega opnieuw de verkiezingen. Het ‘Sandinisme 2.0’ verschilt echter sterk van het Sandinisme van de jaren ’80, iets wat ook door Ortega bevestigd wordt. Hij spreekt over een regering van ‘nationale verzoening’, waarbij een politiek gevoerd wordt die ook de werkgevers en de katholieke kerk tevreden moet stellen. Het massaal uitbouwen van vrijhandelszones en een totaalverbod op abortus zijn daar slechts twee symptomen van. Wel houdt Ortega een ‘anti-imperialistisch’ discours aan en sluit Nicaragua aan bij de ALBA, het samenwerkingsverband van Latijns-Amerikaanse landen die het ‘socialisme van de 21ste eeuw’ willen vormgeven. Een links blok op het continent dat na de ‘lange neoliberale nacht’ openlijk de bestaande economische orde uitdaagt en onafhankelijk van de VS een alternatief en sociaal ontwikkelingsmodel naar voor schuift? Wellicht was ik niet de enige die er warm van werd.

Contra_commandas_1987
Contra-milities van FDN en ARDE Frente Sur in 1987beeld:

In Nicaragua zelf hoort FOS van haar partners echter andere geluiden. Het enthousiasme van het begin deemstert weg. Vakbondsleiders klagen binnenskamers over het inperken van de syndicale vrijheden. In 2016 komt het tot een arrestatie van twaalf vakbondsafgevaardigden uit de textielsector na het organiseren van en staking. Na het wegvallen van de steun uit Venezuela worden ook de sociale programma’s afgebouwd, hetgeen – samen met de economische groei en de infrastructuurwerken die de regering realiseerde – het middenveld de regering toch nog het voordeel van de twijfel liet geven.

Ondanks dat FOS geen partners selecteert op basis van politieke kleur – ook vandaag werken wij zowel met organisaties die sterk aan het FSLN gelinkt zijn als met organisaties die een onafhankelijkere positie innemen – hebben heel wat kaderleden van onze partnerorganisaties een partijkaart. Zij wijzen ons er echter op dat de interne partijdemocratie stelselmatig afgebroken wordt door Ortega en zijn vrouw Murillo en vandaag zelfs quasi onbestaande is. Men spreekt stilaan over ‘Orteguisme’ in plaats van ‘Sandinisme’ en er worden smalende opmerkingen over het verloop van de verkiezingen.

Al voor het opnieuw aan de macht komen van Ortega hadden een aantal oud-leiders van het FSLN zich afgescheurd wegens de autoritaire tendenzen, maar sindsdien is er een leegloop geweest van activisten en leiders die zich niet meer in het FSLN herkennen. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet over politieke opportunisten die van partij wisselen als van onderbroek, zoals we er een aantal in België kennen, maar over mensen die hun leven in de schaal gelegd hebben in de strijd tegen Somoza, de burgeroorlog in de jaren ‘80 en die mee het protest getrokken hebben in de jaren ’90.

Door de strakke partijcontrole en de conditionering van het middenveld, daalt het aantal sociale protesten fors. Wanneer er toch protest uitbreekt – zoals tegen de plannen voor de bouw van het kanaal, de staking in de textielfabrieken of de recente protesten tegen de hervorming van de sociale zekerheid – grijpt de politie in om het in de kiem te smoren. Maar op 18 april hadden mensen er duidelijk genoeg van. De repressie tegen een handvol protesterende studenten en ouderen stak de lont in het kruitvat. Er volgden massale straatprotesten tegen de regering die ook op de sympathie kunnen rekenen van vakbondsleiders en gemeenschapsleiders uit FOS partners. Nochtans van mensen die de wapens opgenomen hebben in de jaren ’70 en ’80, aan de ‘juiste’ kant wel te verstaan.

Buitenlandse inmenging

Anti-reform protests in Nicaragua
Bericht

De schuld en schande na de geweldsexplosie

De beelden van de protesterende studenten en ouderen in de Nicaraguaanse straten gingen heel de wereld rond. Wat veroorzaakte de ontevredenheid en gewelddadige reactie?

Lees verder

De regering Ortega heeft na de bloedige protesten de kaart getrokken van de buitenlandse complottheorie. Een ‘imperialistische interventie’ tegen het ‘soevereine Nicaragua’. Ze verwijzen daarbij naar de tactiek van de VS om in landen die hen niet goed gezind zijn een ‘onafhankelijk’ middenveld op te zetten en te bevoorraden met miljoenen dollars om een regime change te veroorzaken.

Voor alle duidelijkheid: er zijn voldoende bewijzen dat de VS dit effectief doet in landen die ingaan tegen hun hegemonie. Naast openlijke oorlogen, georchestreerde staatsgrepen en economische blokkades, is dit een subtielere tactiek om hun invloed (terug) te winnen. De Noord-Amerikaanse journalist Tracey Eaton toonde aan dat het voor Cuba alleen over ruim 20 miljoen dollar per jaar gaat voor het creëeren van een ‘onafhankelijke civiele maatschappij’. Je kan voor of tegen het model zijn dat bijvoorbeeld een Cuba of een Venezuela uitbouwen, maar laat ons dit soort pogingen tot ‘soft coups’ ten stelligste veroordelen, waarbij het middenveld en ontwikkelingssamenwerking geïnstrumentaliseerd wordt voor geostrategische en politieke doeleinden. En wat het echt onafhankelijke middenveld alleen maar imagoschade en een moeilijkere context om in te werken toebrengt.

nicaragua-fsln-daniel ortega-flickr-Cancillería del Ecuador
Daniel Ortega (centraal), president van Nicaragua.beeld:

Alleen, de beschuldiging dat de protesten in Nicaragua nauwgezet voorbereid, gepland en georchestreerd zouden zijn door het ‘imperialistische monster’ doen eerder denken aan de televisieoptredens van Comical Ali tijdens de Irakoorlog dan aan een onderbouwd politiek betoog. Als Jacinto Suárez – één van de toplui van het FSLN en persoonlijke vriend van Ortega – in een interview met BBC Mundo verklaart dat de regering deze “samenzwering niet hadden zien aankomen, compleet verrast waren en er niet op voorbereid waren” is dat wellicht eerder het gevolg van het feit dat de ‘samenzwering’ een spook in de hoofden van het FSLN is dan een falen van de staatsveiligheid.

Dit wordt ook bevestigd door María Zúniga, één van de leidsters van de Nicaraguaanse afdeling van Peoples Health Movement, het internationaal platform waar ook FOS en G3W deel van uitmaken. Deze activiste die tegen de dictaturen streed in Nicaragua en Guatemala en in de jaren ’80 voor de Sandinistische overheid werkte, verklaart dat “de mensen die sinds 18 april mee de straat zijn opgegaan om de studenten te steunen, activisten zijn die de ‘nationale soevereiniteit’ hoog in het vaandel dragen. Het zijn activisten die hun hele leven gestreden hebben tegen inmenging vanuit de VS en er in de jaren ’70 en ’80 hun leven voor hebben geriskeerd. Zij worden vandaag door de politie en stoottroepen van de regering vermorzeld. De directrice van CISAS, Ana Quirós, werd tijdens de protesten met ijzeren kettingen bewerkt en moest verschillende operaties ondergaan in het ziekenhuis. Mensen die zoveel gegeven hebben in de strijd tegen Somoza, in de strijd voor een sociaal en rechtvaardig Nicaragua, vandaag beschuldigen van meeheulen met de VS of afschilderen als gemanipuleerde marionetten is van een cynisme dat zijn gelijke niet kent”.

nicaragua-fnt-vakbond-flickr-Jorge Mejía peralta
Het logo van FNT, de een van de koepels die arbeidsorganisaties in Nicaragua verenigt.beeld:

Dat de VS het niet zal laten om een ALBA-partner over de rand van de afgrond te duwen als ze daar de kans toe heeft – met als doel Venezuela zoveel mogelijk te isoleren – daar heb ik weinig twijfels over. Ook de banden die Ortega met Rusland aanhaalde zijn een doorn in het oog. Eerder probeerde de VS al economische druk uit te oefenen met de ‘Nica Act’, die nog goedgekeurd moet worden in het Noord-Amerikaanse congres. Daarmee wil de VS het land afsnijden van financiële leningen van internationale instellingen. Het spreekt voor zich dat we ons tegen dit soort internationale inmenging verzetten.

Maar om van de weeromstuit een regering te steunen die een protest van studenten en onafhankelijke, progressieve middenveldorganisaties bloedig in de kiem smoort met doden tot gevolg, dat lijkt mij meer dan twee bruggen te ver. Een regering die bovendien een binnenlands beleid gevoerd heeft waarbij het maar de vraag is hoe linkse, progressieve bewegingen daar in Europa op zouden reageren als ze ermee geconfronteerd worden. Opvallend detail in die context: de enige sociale partner naast de door de regering gecontroleerde vakbond, die openlijk Ortega en Murillo wilden steunen sinds het uitbreken van de protesten, was de werkgeversfederatie van de vrijhandelszones. Zeg maar het grootkapitaal. Het klopt dat COSEP – de Nicaraguaanse tegenhanger van het VBO – na tien jaar zoete broodjes te hebben gebakken met deze regering zich nu voor het eerst ook tegen Ortega keert, maar voor het kapitaal in de vrijhandelszones is het blijkbaar vooral hopen op een verderzetting van een beleid dat hen niet lastig valt met belastingen en de vakbonden genoeg kan controleren om sociale vrede te garanderen.

Buitenlandse ngo’s

Het enige concrete argument dat in Nicaragua aangehaald wordt voor de theorie van de buitenlandse inmenging, is het buitenlandse geld dat circuleert in Nicaraguaanse ngo’s. Dit is een argument dat zowel door ‘linkse’ als ‘rechtse’ regeringen in het Zuiden aangehaald wordt om kritiek tegen hun beleid weg te zetten als buitenlandse inmenging en een schending van de nationale soevereiniteit. Een argument dat wel ingang vindt bij een deel van de linkerzijde in het Zuiden en in West-Europa die – terecht – meer dan hun buik vol hebben van vijf eeuwen koloniale en neokoloniale inmenging in het Zuiden.

Het klopt dat regeringen zich al te makkelijk bedienen van dit soort retoriek om niet te moeten ingaan op kritiek tegen hun eigen antisociaal of antidemocratisch beleid. Toch kunnen we omwille van die reden niet zomaar aan het argument voorbijgaan. Er is niet alleen het voorbeeld van hoe de VS te werk gaat, maar we vinden het in België bijvoorbeeld ook normaal dat we geldstromen kunnen droogleggen vanuit Saoedi-Arabië naar moskeeën die een bepaalde variant van de islam propageren die diametraal staat op onze grondwettelijke rechten en vrijheden. Het is een dunne koord om op te wandelen, maar misschien wel een debat en een positionering waard.

Wat is er aan de hand in Nicaragua?

Posted by FOS - Socialistische Solidariteit on Wednesday, May 9, 2018
FOS publiceerde kort na de protesten een reacties van het Nicaraguaanse middenveldBron:

Toch is het hypocriet dat de Nicaraguaanse regering zich nu bedient van deze retoriek. Dit argument werd niet gebruikt in de jaren ’80, toen heel wat Sandinistische middenveldorganisaties die aan het FSLN gelinkt waren financieel gesteund werden door onder ander de Europese solidariteitsbewegingen. Het FSLN heeft er ook nooit een probleem van gemaakt dat in de jaren ’90 diezelfde middenveldorganisaties op heel wat ontwikkelingssteun konden rekenen – inclusief van FOS – om te ijveren voor waardig werk en sociale bescherming in Nicaragua. Op geen enkele moment is er toen vanuit Sandinistische zijde de analyse gemaakt dat deze buitenlandse steun aan (hun) middenveldorganisaties een inbreuk op de soevereiniteit van het land betekent en dat buitenlandse ngo’s beter hun biezen zouden pakken.

Socialisme van de 21ste eeuw

Als socialist valt het moeilijk te ontkennen dat de gebeurtenissen in Nicaragua wel een erg bittere pil om slikken zijn. De betreurde Venezolaanse president Hugo Chávez poneerde het idee van het ‘socialisme van de 21e eeuw’. Hij wou daarmee een duidelijk onderscheid maken tussen de regimes achter het ijzeren gordijn die we kennen van de 20ste eeuw en een ‘nieuw, democratisch’ socialisme waar hij van droomde. Vandaag lijkt het ‘socialisme van de 21e eeuw’ echter een containerbegrip geworden waaronder elke regering die zichzelf zo benoemt kan schuilen. Na de gebeurtenissen in Nicaragua blijkt dat de interne contradicties toch niet zomaar aan de kant te schuiven zijn. De vraag is dan ook wat de voorwaarden zijn om een alternatief model, noem het dan het ‘socialisme van de 21e eeuw’, uit te bouwen zonder dat het eindigt met de kater die socialisten overhielden aan dat van de 20e eeuw.

Niet dat iemand daar een erg concreet antwoord op kan geven, concrete ervaringen als deze in Latijns-Amerika en elders zullen dat doen. Maar misschien toch een aantal vragen. Is het socialisme van de 21ste eeuw gebaat bij een middenveld dat volledig onder controle komt te staan van de uitvoerende macht? Of is een kritisch middenveld net één van de garanties voor het bij de les houden van een links project? Moeten vakbonden in progressieve landen zitten en zwijgen onder het mom van ‘nationale eenheid’ als er economische maatregelen worden genomen die nadelig zijn voor werknemers en in gelijk welke andere context als ‘neoliberaal’ bestempeld worden? Of is het net de plicht van die vakbonden om al hun gewicht in de schaal te leggen om die politiek bij te sturen? Moeten socialistische experimenten de achterpoortjes in de grondwet zoeken om presidenten voor meerdere mandaten verkiesbaar te stellen of zelfs die wet naast zich neer te leggen als ze het poortje niet vinden? Of biedt een rotatie in leiderschap net een betere garantie op het vermijden van machtsconcentratie en dwingt het je net om een nieuwe generatie leiders klaar te stomen? Is het aanvaardbaar binnen het socialisme van de 21ste eeuw dat de president en de vicepresident man en vrouw zijn en naast hun politieke macht ook – samen met familieleden – een economische macht uitbouwen zoals dat in Nicaragua het geval is? Moet het socialisme van de 21ste eeuw institituties politiseren en een cliëntilistisch beleid voeren zoals dat ook de CVP in Vlaanderen en de PS in Wallonië verweten werd of bestaan er duurzamere manieren om je project uit te bouwen? En hoe gaan we als solidariteitsbeweging om met die vraagstukken en de verschillende ervaringen zonder de neokoloniale schoonmoeder te spelen? Misschien kunnen de Nicaraguaanse middenveldorganisaties en activisten ons inspireren bij het vinden van antwoorden.

Blijf op de hoogte

Meer weten over de politieke evoluties en de situatie voor het middenveld in Nicaragua? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.