Peanuts voor paranoten

Boliviaanse arbeiders in de paranotensector worden sociaal en economisch uitgebuit.

Bij een grootschalig onderzoek naar de Boliviaanse paranotensector kwamen arbeidsrechtenschendingen naar voren zoals dwang- en kinderarbeid. FOS onderzocht samen met verschillende organisaties de Boliviaanse paranotensector. Daar kwamen arbeidsschendingen zoals dwang- en kinderarbeid naar boven.

FOS, ABVV Horval, SOMO, CIPCA SA en CNTACB deden een onderzoek naar de Boliviaanse paranotensector, om zo Boliviaanse vakbonden te ondersteunen bij prijs- en loononderhandelingen.

Wat zijn paranoten?

Paranoten zijn maanvormige noten die groeien aan de gelijknamige boom. De boom komt voor in het tropisch regenwoud in de Boliviaanse Amazone en kan maar liefst 50 meter hoog worden.  

Barraqueros

De paranotensector is belangrijk voor de Boliviaanse economie, na soja zijn ze het tweede belangrijkste exportproduct. 

Hierbij enkele feiten:

  • In 2018 , werd een productie van 25.000 ton paranoten gemeten voor een waarde van 205 miljoen Amerikaanse dollar;
  • In de afgelopen jaren waren circa 8000 arbeiders tewerkgesteld in de verwerking en 14000 loonarbeiders in het oogsten van de paranoten;
  • De verwerkingsfabrieken zijn acht maanden per jaar actief, terwijl de oogst zelf ongeveer drie maanden duurt. Oogstarbeiders worden ingehuurd door “barraqueros”,  grootgrondbezitters die de loonarbeiders tewerkstellen;
  • De oogstarbeiders wonen drie maanden in het jaar in een werkkamp, die daar onder de benoeming “barraca” bekend is. 

Ongelijke structuur

De structuur van de internationale toeleveringsketen van de paranoot is eenvoudig. In Bolivia worden de noten in bulk geoogst, verwerkt en geëxporteerd. In de importlanden worden de noten in de groothandel verkocht door handelsondernemingen aan verpakkingsbedrijven en rechtstreeks aan supermarkten. Internationale handelsondernemingen, verpakkingsbedrijven  en detailhandelaars profiteren het meeste van de winsten van deze grondstof in de toeleveringsketen. Slechts 10% van de detailhandelsprijs komt bij de oogst- en fabrieksarbeiders in Bolivia terecht. 

Naast de ongelijke structuur, kwamen er ook grove arbeidsrechtenschendingen naar boven. Ook al verdienen de arbeiders meer dan het minimumloon, gemiddeld tussen de 350 a 400 dollar per maand, toch is dit niet voldoende om een waardig leven te leiden. 

Oogstarbeiders nemen daardoor familieleden mee naar het woud om hen te helpen. Deze gezinsleden verdienen minder dan de ‘hoofdarbeider’ en het minimumloon. Daarnaast gaat het in 64% van de gevallen om minderjarigen (en in 35 % om kinderen jonger dan 14 jaar). Deze kinderen gaan tijdens het oogsten niet naar school.  

Toch is er al een positieve verandering merkbaar en zijn bij verschillende fabrieken  kinderen onder 14 jaar niet meer welkom. 

Verdeelde reacties

Representatieve bedrijven en belangenorganisten van de toeleveringsketen voor paranoten kregen de kans om te reageren. De reacties zijn verdeeld, gaande van het uiten van “ongefundeerde beschuldigingen” over het in beschouwing nemen van het onderzoek tot het onderzoeken van de arbeidsomstandigheden bij de verschillende leveranciers, wat het geval zal zijn bij PepsiCo en Aldi. 

Ondertussen zijn de oogst- en de fabrieksarbeiders sinds oktober 2020 verenigd om de situatie aan te pakken. Ze eisen hogere lonen van de werkgevers. Toch willen de werkgeversorganisaties  niet toegeven. Ze blijven beweren dat de internationale prijs geen loonsverbetering toelaat. Tot heden is er nog geen akkoord tussen beide partijen bereikt. 

Wil je meer hierover lezen? Lees zeker dit onderzoek.

Dit onderzoek kwam tot stand in samenwerking met ABVV Horval, SOMO, CIPCA SA en CNTACB.