20191015-kwaku-fos-personeel

Afscheidsinterview met Kwaku Acheampong

Na 29 jaar neemt Kwaku Acheampong afscheid van FOS. We spraken hem over zijn vele ervaringen en zijn blik op de toekomst.

CategorieNieuws
Cover-FosFor_3_2020_WEB kopie
Bericht

FOSFOR 3 – De toekomst nu (2020)

Tal van veranderingen zetten de wereld die we kennen op haar kop. Hoe kan je in zo’n situatie hoopvol vooruit kijken? Lees het in ons online magazine.

Lees verder

‘Phanta rei’, zei de Griekse filosoof Heraclitus. Alles verandert, maar blijft bestaan. Dat geldt ook voor FOS in het ‘post-Kwaku-tijdperk’. In 29 jaar was Kwaku bij FOS boekhouder, projectmedewerker en diensthoofd, maar altijd dezelfde betrouwbare collega in dezelfde organisatie. Hij maakte drie decennia aan verandering mee. In de wereld van FOS, in de wereld van internationale solidariteit, in de wereld van ontwikkelingssamenwerking, maar ook in de wereld als geheel.

Hoe blikt iemand met zo veel ervaring achteruit en vooruit? We spreken via videocall af met onze ex-collega.

Trots

“Mijn job bij FOS heeft mij veel bijgebracht”, steekt een ontspannen Kwaku van wal. “Ik heb tal van mensen ontmoet in Afrika, maar ben ook naar Palestina gegaan. Later kon ik zelfs Latijns-Amerika bezoeken voor het werk. Dat was een gigantische kans en enorm interessant.”

Hij vertelt met enige trots over zijn lange geschiedenis bij FOS. De wereld rond en nu terug thuis in een groen stadstuintje ergens in Berchem. De globetrotter blikt met plezier terug, maar gaat hij dan zo licht over zijn rijk verleden?

Kwaku Acheampong

Waren er dan geen uitdagingen?

“Met nieuwe jobs binnen FOS, kwamen telkens nieuwe verantwoordelijkheden. Ik moest groeien als persoon en mijn zelfvertrouwen ontwikkelen. Je kan niet van de ene dag op de andere een mening vormen over de langetermijnstrategie van je organisatie. Je moet expertise opbouwen en jezelf in vraag stellen.

Ik ben enorm blij dat ik daartoe de kans heb gekregen. Want het leerde me om met mensen om te gaan. Ik ging in gesprek met experten van de mutualiteit, toppers van de vakbond, maar ook met gewone boeren in Zuid-Afrika of arbeiders in Bolivia. Ik leerde naar iedereen luisteren, hun kant van hun verhaal te zien en samen naar oplossingen te zoeken. Verschillende visies leerde ik detecteren en verzoenen.”

Nam je die ervaring ook mee buiten je job?

“Toen ik in de jaren ’90 begon bij FOS, kon ik mij volledig vinden in waar de organisatie voor staat. Mensen moeten zich verenigen en zo hun belangen naar voren schuiven. Ik zag dat zo een organisatie ontbrak voor Afrikaanse diaspora in België. Intussen richtte ik een organisatie op die de Ghanese gemeenschap in België verenigt en ben ik ook voorzitter van SANKAA. Die koepel brengt organisaties samen die Afrikaanse gemeenschappen vertegenwoordigen.

FOS heeft me dus in zekere zin geïnspireerd om in België te doen, waarvoor de organisatie zich inzet in andere landen. Wat ik leerde bij FOS, breng ik zo bij andere organisaties binnen.”

Kwaku - 25 jaar
Kwaku Acheampong op het FOS-kantoor in Brussel

Omgekeerd hoor je ook dat je net veel expertise naar FOS bracht

“Zeker. Op zich had ik een redelijk uniek profiel. Ik zag hoe Vlaanderen een warm hart heeft voor internationale solidariteit. Heel veel mensen geloven in de toekomst van Afrika. Net als de Afrikaanse gemeenschap in België, waar ook ik deel van uitmaak. Ik vond het daarom belangrijk om ook die Afrikaanse gemeenschap te betrekken bij de internationale solidariteit van FOS.

In Vlaanderen kent niemand de context in Afrika beter dan wij. Daarom vond ik het een plicht om ngo’s en andere organisaties te helpen om de context van Afrika beter te begrijpen.”

De strijdvaardigheid van FOS heeft mij altijd scherp gehouden

Kwaku AcheampongKwaku Acheampong

Je werkte lang voor FOS, droeg de unieke visie van de organisatie daartoe bij?

“De strijdvaardigheid van FOS heeft mij altijd scherp gehouden. De visie dat groepen hun belangen kunnen bundelen en zo hun rechten kunnen opeisen, vind ik enorm belangrijk. Mensen zijn tot heel wat in staat, ze kunnen zelf hun toekomst in handen nemen. Heel wat organisaties zien dat niet in.

FOS onderscheidt zich door oog te hebben voor de mensen zelf. De organisatie wil dat mensen zelf de politieke beslissingen vormgeven. Daarvoor heb je een sterk middenveld nodig dat de tools krijgt om zich te ontwikkelen. Die twee onderdelen, beleidsbeïnvloeding en capaciteitsversterking, zijn enorm interessant.

Dat sluit goed bij aan bij hoe ik naar de wereld kijk.”

Je wilde de wereld veranderen, maar dat liep niet zonder gevaar...

“Toen ik voor het eerst naar Zuid-Afrika ging, verbleef ik in een hotel aan de zee. Tijdens een avondwandeling werd ik tegengehouden door de politie. ‘Als zwarte mag jij hier niet zijn’, zeiden ze. De vier politieagenten hadden het op mij gemunt omdat ik zwart was. Na jaren strijd tegen het apartheidsregime, dat na de verkiezingen van ’94 ten einde kwam, bleek nog niets veranderd.

Een tiental jaren geleden maakte ik hetzelfde mee in een Italiaans restaurant in Zuid-Afrika. We spraken er af met activisten uit de hele regio, maar ze weigerden ons te bedienen omdat we zwart waren. Zo verhalen zijn pijnlijk, maar zorgden ervoor dat ik altijd wou doorzetten.”

Heb je het gevoel dat je tijdens iconische momenten in de wereldgeschiedenis een verschil maakte?

“Het is waar dat FOS bij cruciale momenten heeft bijgedragen. Tijdens de vredesonderhandelingen in Colombia, stonden we achter het middenveld dat zich hard inzette voor verzoening. De strijd tegen apartheid leidde tot een bevrijding van de Zuid-Afrikanen. We hebben veel organisaties bijgestaan en zo mee cruciale verandering gestimuleerd. Maar om te zeggen dat ik als individu daar veel aan heb bijgedragen? Dat is misschien wat overdreven.

Ik ben wel fier op de vele organisaties waarmee ik heb samengewerkt en die een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van hun land. In Zimbabwe zien we bijvoorbeeld hoe de onderzoeksorganisatie Ledriz, uitgegroeid is tot een van de belangrijkste middenveldorganisaties in het land. Het is een organisatie die we bij haar ontstaan hebben gesteund. Zo zijn er nog organisaties, die heel veel veranderd hebben en waar ik heel dicht bij betrokken was.”

Kwaku Acheampong

Je spreekt nu over lokale projecten, maar kan je zeggen dat er na 30 jaar op mondiaal vlak veel is veranderd?

“In de jaren 70 tot 90 lag de focus op economische groei, maar niet op de mensen. Nu heeft men meer oor naar het middenveld dat wijst op de tekortkomingen van de manier waarop onze wereld is georganiseerd.

Ook het besef dat we allemaal aan elkaar hangen groeit. Er zijn ook allerlei termen die wijzen op die nieuwe manier van denken. Een term als ‘social responsability’ of sociaal verantwoord ondernemen, stelt bijvoorbeeld vragen bij de manier waarop bedrijven winst boven welzijn plaatsen.

Voorlopig blijft het wel enkel bij een groeiend bewustzijn. De echte verandering moet nog komen.”

Hoe draagt ontwikkelingssamenwerking daartoe bij?

“Vroeger zag je dat ngo’s zich vooral bezig hielden met kleine concrete projecten. Tegenwoordig ligt de focus veel meer op structurele verandering.

FOS had vroeger ook veel kleinschalige projecten, maar vandaag draait de samenwerking rond langdurige verbetering van de levens van veel mensen. Als er kwalitatieve jobs zijn met goede voorwaarden, als je sociale bescherming kan afdwingen voor de hele bevolking, dan gaat het leven van een grote groep mensen er plots een pak op vooruit.

Ontwikkelingssamenwerking linkt tegenwoordig ook verschillende thema’s. Er is heel wat ongelijkheid en dat komt voor een deel door grote westerse multinationals die mensen uitbuiten en arbeiders hun recht op waardig werk ontzeggen, dat wordt dan weer gelinkt aan duurzaam produceren met respect voor lokale integriteit en leefomgeving. Ongelijkheid, waardig werk, sociale rechtvaardigheid en ecologie worden zo met elkaar verbonden.”

Kwaku Acheampong

Maar dat vereist een nieuwe machtsbalans...

“Daar heeft het middenveld en ook ontwikkelingssamenwerking een rol te spelen. Mensen moeten begrijpen dat je niet in alle rijkdom op een eiland kan zitten, terwijl elders mensen omkomen van de honger om die rijkdom in stand te houden. Het middenveld moet dit blijven uitleggen, blijven sensibiliseren.

Het zal nog even duren, voordat mensen doorhebben dat hun eigenbelang minder belangrijk is dan dat van een grote groep andere mensen. Daar is nog heel wat werk aan de winkel, maar het is niet onmogelijk. Net daarom is het belangrijk om collectieve belangen naar voren te schuiven.”

Het coronavirus schuift misschien andere prioriteiten naar voren?

“De pandemie legt heel wat bloot. De nood aan goede sociale bescherming, de nood aan goede zorg die voor iedereen toegankelijk is.

Dus ik denk net dat corona pleit voor meer herverdeling, voor meer solidariteit. Het is een wake-upcall dat de wereld op een andere manier zou moeten draaien.”